Veel mensen denken bij het woord ‘geneeskunde’, meteen aan ziekenhuizen, artsen en aan allerlei doosjes medicijnen. Maar duizenden jaren geleden zag de ‘geneeskunde’ er heel anders uit. Prehistorische geneeskunde beschrijft een periode waarin mensen nog niet konden lezen en schrijven. Het bestrijkt een lange periode en varieert. Afhankelijk van de verschillende regio's in de wereld en de culturele diversiteit.

 

Antropologen bestuderen de geschiedenis van de mensheid en een intrigerend onderwerp daarbij zijn de leefomstandigheden van de mensen in de prehistorie. Wat deden zij allemaal om hun gezondheid te ondersteunen? De mensen maakten gebruik van het plantaardig materiaal dat voorhanden was en waarvan ze door middel van ‘empirisch onderzoek’ moesten uitvinden wat wel werkte en wat niet. Daarbij vielen (uiteraard) ook geregeld doden.

 

Mensen in de prehistorie hadden natuurlijk ook een heel ander beeld van de werkelijkheid dan zoals die zich tegenwoordig aan ons presenteert. Veel zaken konden eenvoudigweg niet worden verklaard. Deze werden dan toegeschreven aan het ‘bovennatuurlijke’ of aan ‘het geestenrijk’.


De mens leefde in een wereld, tegenovergesteld aan die van ons

Prehistorie afbeelding KoeAlles was eigenlijk tegenovergesteld aan hoe wij tegenwoordig leven. Zij hadden een heel ander voedingspatroon. Zij volgden veelal het Paleodieet. Bovendien hadden de mensen destijds veel meer beweging. Om te overleven, moesten ze de hele dag op pad. Ze waren aan jagen of verzamelden voedsel. Ook waren de risico’s die het leven met zich meebracht beduidend anders. Men stierf eerder aan een slecht behandelde beet van één of ander dier of de steek van een akelig insect. Tegenwoordig overlijdt men eerder aan aan een ongezonde leefstijl. Gebroken botten en kneuzingen daarentegen, opgelopen tijdens de jacht, hadden onze voorouders waarschijnlijk veel vaker.


Onze voorouders deden niet aan ‘dubbelblind’ onderzoek

Prehistorische begraafplaatsen suggereren dat mensen duizenden jaren geleden al iets wisten van de menselijke botten en waar die in het lichaam zijn gesitueerd. In de prehistorie was men genoodzaakt te leren door dingen uit te proberen. Er was geen sprake van gedegen onderzoek.
Tegenwoordig worden nieuwe of bestaande behandelingen vergeleken met een placebo of met controlegroepen. Ook wordt rekening gehouden met factoren als ‘toeval’, levensstijl en familiegeschiedenis. Daarnaast worden er ‘dubbelblinde’ onderzoeken uitgevoerd. Hierbij weten noch de mensen die het onderzoek leiden, noch de vrijwilligers die eraan meedoen, wat hun rol is binnen het onderzoek.


Wetenschappers hebben botten gevonden die van vlees zijn ontdaan

Niemand weet precies wat onze prehistorische voorouders wisten over de werking van het menselijk lichaam. We kunnen wel een aantal veronderstellingen baseren op het beperkte ‘bewijs’ dat antropologen hebben gevonden.

Onderzoek in prehistorische graven laat zien dat mensen iets wisten over de structuur van de botten. Wetenschappers hebben botten gevonden die van het vlees zijn ontdaan, gebleekt en opgestapeld, afhankelijk van dat deel van het lichaam waar ze vandaan kwamen.

Er is ook archeologisch bewijs dat men binnen sommige prehistorische gemeenschappen aan kannibalisme deed. Deze mensen moeten hebben geweten waar zich de inwendige organen bevonden. Net als waar zich in het menselijk lichaam het meeste magere weefsel of vet bevond.


Gebroken botten werden met behulp van modder gezet

Vroege kolonisten in Australië zagen hoe inheemse volkeren wonden konden behandelen. Ook zagen ze hoe de oorspronkelijke bevolking gebroken beenderen omhulde met modder om ze recht te zetten. Medische historici gaan ervan uit dat deze vaardigheden waarschijnlijk in ook de prehistorie bestonden, maar niet bij iedereen. Het meeste bewijs dat archeologen in prehistorische graven hebben gevonden, toont gezonde, maar slecht vastzittende botten. Dat geeft aan dat men in de meeste gemeenschappen niet wist hoe gebroken botten moesten worden gezet. Deze prehistorische mensen zullen misschien voldoende beweging en zon hebben gekregen, maar ze waren volkomen onwetend van het feit dat de combinatie van vitamine D3 met K2 sterke botten oplevert.


Wat is dat: schoon water en persoonlijke hygiëne?

Schoon waterMedische historici zijn er daarentegen vrij zeker van dat prehistorische volkeren geen idee hadden van het belang van schoon water en persoonlijke hygiëne. Men was dagelijks de hele dag op pad. Men leefde een nomadisch bestaan en was bezig met ‘overleven’ binnen een ruige leefomgeving met vele gevaren en blootstelling aan het weer.

Ook in de prehistorie hadden mensen kwalen en kwaaltjes, net als tegenwoordig. Maar omdat ze een volledig andere levensstijl en levensduur hadden, zullen dat andere dingen zijn geweest dan die waar wij tegenwoordig mee kampen.


De levensverwachting in de prehistorie was niet bijzonder hoog

Het is moeilijk om de levensverwachting in de prehistorie met zekerheid vast te stellen. Archeologen die resten van volwassenen uit twee prehistorische tijdperken hebben bestudeerd, zien de overblijfselen van mensen tussen de 20 tot 40 jaar vaker voorkomen dan die van mensen ouder dan 40 jaar. De meeste mensen zullen dus niet ouder zijn geworden dan een jaar of 40.


Men maakte gebruik van krachtige kruiden en planten

Antropologen bevestigen dat de mensen in de prehistorie al gebruik moeten hebben gemaakt van de vele krachtige planten en kruiden die er op onze planeet zijn te vinden. Daar is echter niet veel hard bewijs voor. Zekerheid hieromtrent is moeilijk te krijgen omdat plantenmateriaal snel vergaat. We kunnen speculeren dat ze de kruiden of planten waarvan ze gebruik maakten uit de nabije omgeving moesten halen. Dit hoeft evenwel niet altijd het geval te zijn geweest. Nomadische stammen legden lange afstanden af. Ook hadden ze mogelijk toegang tot een veel breder scala aan planten en kruiden uit andere gebieden.

 

Planten die mogelijk door mensen in de prehistorie zijn gebruikt

Er zijn aanwijzingen uit hedendaagse archeologische vindplaatsen in Irak dat mensen ongeveer 60.000 jaar geleden Klein Kaasjeskruid en Duizendblad gebruikten. Andere planten waarvan vermoed wordt dat ze zijn gebruikt, zijn:

 

DuizendbladDuizendblad (Achillea millefolium) groeit overal in Nederland. Het is (naar verluid) een samentrekkende, aromatische en een stimulerende plant. Deze plant kan ervoor zorgen dat weefsels samentrekken en zo het bloeden verminderen. Mensen hebben dergelijke planten waarschijnlijk gebruikt op (schaaf)wonden.

 

RozemarijnRozemarijn (Rosmarinus officinalis) Er zijn aanwijzingen te vinden vanuit verschillende delen van de wereld dat mensen rozemarijn hebben gebruikt. Ook tegenwoordig schrijven mensen veel verschillende eigenschappen toe aan rozemarijn. Hierdoor is het moeilijk om zekerheid te krijgen waarvoor het vroeger kan zijn gebruikt.

 

BerkenzwamBerkenzwam (Piptoporus betulinus) De 5300 jaar oude ijsmummie Ötzi had gedroogde berkenzwam bij zich, vermoedelijk om medicinale redenen. Bijvoorbeeld om te gebruiken als thee voor bepaalde zaken. Maar het kan toch ook als tonder zijn gebruikt om vuur mee te maken. 

 

Klein KaasjeskruidKlein Kaasjeskruid(Malva neglecta) is een veel voorkomende plant in Nederland. We kunnen niet met zekerheid zeggen waarvoor onze prehistorische voorhouders dit kruid hebben gebruikt.

 

 

Prehistorische vrouwen verkregen hun kennis op natuurlijke wijze

De vrouwen binnen de gemeenschap zouden kruidenremedies hebben verzameld en toegediend. Zij waren waarschijnlijk verantwoordelijk voor de behandeling en het gezond houden van het gezin. Omdat mensen in die tijd niet konden lezen of schrijven, moesten zij de kennis die ze door ‘uitproberen’ hadden opgedaan, mondeling doorgegeven. Fouten werden daardoor nog wel eens herhaald.


Wat deden de mensen nog meer in het stenen tijdperk?

Drie praktijken die in de moderne geneeskunde niet langer in gebruik zijn, maar waarvan nog steeds wereldwijd gebruik wordt gemaakt zijn: geofagie, trepanatie en sjamanisme.


Geophagy, het consumeren van klei

KleiGeophagy is het consumeren van aardse stoffen, zoals krijt en klei. Dieren en mensen doen dit al honderdduizenden jaren. Ook tegenwoordig wordt (schone) groene klei nog vaak binnen reinigingskuren ingezet. Het heeft een sterk opnemend vermogen. De legendarische Haarlemse huisarts Hans Moolenburgh zei tijdens de ‘Gezond Verstand Avonden’ waar hij tot op hoge leeftijd tot een eigenwijs en ademloos luisterend publiek sprak: “Elke behandeling begint met reiniging.” In de ‘moderne’ westerse psychiatrie wordt geofagie gelabeld als een eetstoornis die bekend staat als ‘pica’. Prehistorische mensen hadden waarschijnlijk hun eerste herstellende ervaringen door het eten van aarde en klei. Ze hadden toen ook geen idee dat aarde selenium bevat en dat het een belangrijke antioxidant is.

Mogelijk hebben ze dieren geobserveerd en gezien hoe klei een positieve invloed had als dieren het oplikten. Evenzo bleken sommige kleisoorten nuttig voor het behandelen van wonden. In inheemse gemeenschappen over de hele wereld gebruiken mensen klei nog steeds in- en uitwendig om snijwonden en wonden te behandelen.


Schedeltrepanatie of schedelboring

Er zijn aanwijzingen dat mensen al sinds het Neolithicum gaten in de hoofden van mensen boorden om bepaalde problemen op te lossen. Ook meende men zo iemand van ‘demonen’ en ‘boze’ geesten te bevrijden. Antropologen hebben grotschilderingen bestudeerd. Zij gaan ervan uit dat prehistorische volkeren ‘trepanatie’ gebruikten om hun medemensen van, met name geestelijke problemen, te bevrijden. Er zijn ook aanwijzingen dat trepanatie in de prehistorie werd ingezet om gebroken schedels te behandelen.


De kruidenman of sjamaan als hoeder van de gezondheid

Sommige prehistorische gemeenschappen hadden hun eigen ‘kruidenman’ of ‘sjamaan’. Deze kruidenman had de leiding over de gezondheid van de gemeenschap. Hij verzamelde plantaardige middelen zoals kruiden en wortels. Ook deden de sjamanen mogelijk aan rudimentaire chirurgie en stonden ze in contact met het ‘geestenrijk’. Ook in het huidige Nederland hebben we tegenwoordig weer sjamanen die in nauw contact staan met de natuur en het geestenrijk.


Mensen hoeven niet langer gaten in schedels te boren

Mensen hoeven niet langer gaten in schedels te boren om te worden bevrijd van ‘demonen’. Toch grijpen, juist in de huidige tijd, steeds meer mensen terug naar de oude kennis over planten en kruiden die in de afgelopen duizenden jaren een stabiele pijler vormde voor de ondersteuning van de menselijke gezondheid. Het zorgstelsel zodat we dat tegenwoordig kennen, is relatief nieuw in vergelijking tot deze oude kennis van planten, kruiden en andere, natuurlijke stoffen.


Goed opgeleide artsen hebben jarenlang gestudeerd

Inmiddels raakt ook de medische wetenschap ervan overtuigd dat voeding en leefstijl een belangrijke rol spelen bij de preventie. Wie bewust bezig is, kan een heleboel kleinere zaken zelf oplossen. En als het te groot wordt om zelf te behappen, hebben we altijd de medische wetenschap nog, met goed opgeleide artsen die jarenlang hebben gestudeerd en de beschikking hebben over prachtige, geavanceerde technische apparatuur.


De oude en de nieuwe wereld; de wereld van nu

Maar zolang wij die niet nodig hebben, kunnen wij ons afweersysteem zelf stimuleren met plantaardige capsules van bijvoorbeeld echinacea*. We kunnen we onze tanden en botten sterk houden met vitamine D3K2 en onze gewrichten soepel met de alleskunner-wortel kurkuma*.
*Deze gezondheidsclaims zijn gebaseerd op plantaardige stoffen en zijn in behandeling bij de EFSA.

We hoeven de kennis uit de prehistorie en de duizenden jaren daarna niet weg te zetten als zijnde ‘primitief’. We kunnen de oude kennis integreren met de huidige kennis en zo profiteren van het beste van twee werelden. De oude en de nieuwe wereld: de wereld van nu.